April 2011

Ik maak driedimensionale schilderijen of tweedimensionale installaties.


Het materiaal dat ik bij toeval tegenkom is zijn oorspronkelijke functie kwijt. De kwetsbaarheid van het afgedankte, ogenschijnlijk nutteloze of vergeten materiaal raakt mij. Het beeld van het hemd dat niet meer gedragen kan worden, de afgetrapte tafelpoten doorboord met schroeven, de jongen die zo anders is. De materialen en objecten waar ik mee werk zijn voor mij gelijkwaardig aan het belang van een kleurenpallet met verf voor een schilderij. De waarde in geld of de kwaliteit in duurzaamheid is voor mij niet van primair belang voor de kwaliteit van een materiaal als inzetbaar onderdeel. Ik maak gebruik van zowel gevonden als gekochte materialen en objecten, voor een optimale werkbaarheid is het belangrijk om een goed gevuld ‘pallet’ te vormen. Ieder materiaal of object probeer ik los van een eventuele oorspronkelijke functie te beschouwen, de functie wordt op deze manier pas bepaald wanneer het door mij wordt ingezet en als het vervolgens functioneert binnen een werk. Aangezien niet elk materiaal of object direct voldoet of toepasbaar is voor elk werk, ben ik vaak met meerdere werkstukken tegelijk bezig. Afronding wordt bepaald door het werk zelf en de idee. Door inbreng van mijn eigen handelen en denken vordert het werk tot het punt waarop ik mijn werk herken als ‘van mij’ waarop het op dat moment af is. Het gebeurt regelmatig dat een ‘af’ werkstuk een tijd later een toepasbaar/inzetbaar materiaal voor een ander werk blijkt te zijn.


Materiaal en beeld zoeken elkaar voortdurend op in vorm en associatie. Het uiteindelijke beeld bepaald zijn eigen lot.

Sinds enige tijd werk ik met houten frames, anders dan reguliere frames voor een canvasdoek zijn ze vrij nonchalant opgebouwd uit houten planken of balken en daarmee dus verre van de professionele gebruikelijke techniek die normaliter wordt toegepast. Hiermee stap ik af van het ‘vanzelfsprekende’ frame of raam als draagvlak voor het doek. Het frame dat normaalgesproken onzichtbaar is, of in ieder geval in de blik van het kijken naar een schilderij zo vanzelfsprekend is dat het in datzelfde kijken vrijwel direct wordt overgeslagen, wordt plotseling zichtbaar en speelt een rol binnen het werk. Het gevolg is een worsteling met het gegeven van een frame dat enerzijds de intentie van een tweedimensionaal draagvlak heeft en anderzijds een driedimensionaal object is. Het simpelweg aanbrengen of toevoegen van een driedimensionaal aspect is niet perse de oplossing. Sterker nog, het driedimensionale object kan de figuratieve illusie zelfs versterken, net zoals andersom ook heel goed mogelijk is. Ik zoek naar het punt waarop de kijker mijn werk bekijkt, opgaat in de illusie, maar zich hier wel bewust van is. Het opgaan in een illusie wordt een keuze en geen eis of voorwaarde voor toegang tot het werk. De volgorde hiervan is geen formule van verschillende stadia, de instap zal en mag variëren per persoon, zolang de kijker zich maar bewust is van wat er daadwerkelijk aanwezig is, het materiaal. De ruimte waar een werk zich in bevind is daardoor belangrijk, mijn werk is pas af of functioneert pas als het op de juiste manier is geïnstalleerd binnen de ruimte. Dit betekent dus dat werk niet varieert per ruimte, maar een geheel ander werk is per ruimte. Dit betekent ook dat niet ieder werk met elke ruimte te combineren valt, in die zin is de ruimte waar een werk zich in bevindt net zozeer een onderdeel van het werk als het materiaal, de ruimte is een materiaal.


Aan de kijker hoop ik een zeker bewustzijn mee te geven, denk zelf niet te weten wat logisch is en denk na over context en perspectief. Een mens loopt gewoonlijk niet over straat met het besef van de enkele steen van de straat, het zand onder de steen, aarde onder het zand enz. tegelijkertijd met besef van lichaam, geest, toekomst en verleden. Ons gebrek (?) is dat we ons enkel bewust kunnen zijn van één moment van beleving van tijd en ruimte, zijn en denken per keer. Het gevaar is dat men vastroest binnen één realiteit en het denken daarmee afsluit of beperkt. 


Sommige dingen moeten gebeuren, een bepaalde gedachte of ervaring vraagt om een uitingsvorm. Wanneer deze vorm tastbaar of merkbaar wordt is het fascinerend om te zien hoe het zijn eigen bestaansrecht begint te verwerven. Tot nu toe heeft dit proces plaats gevonden op de kunstacademie, als ik binnen het beroep van kunstenaar uiting kan geven aan dat wat ik belangrijk vind, dan ben ik een kunstenaar.